ECLI:NL:CRVB:2020:124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.T.H. Zimmerman
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens bezit van twee woningen in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand vanaf september 2013. Na een fraudemelding in 2014 en een vervolgonderzoek in 2015 bleek dat appellante twee woningen in Turkije bezat, waarvan slechts één was getaxeerd. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. Zij voerden onder meer aan dat sprake was van discriminatie en dat het onderzoek onrechtmatig was. Deze gronden werden verworpen omdat het onderzoek gebaseerd was op concrete fraudemeldingen en de opdracht aan het onderzoeksbureau voldoende was onderbouwd.
Appellanten stelden dat de waarde van de woningen lager was dan vastgesteld door een lokale makelaar, waardoor zij recht zouden hebben op bijstand. De Raad oordeelde echter dat de taxaties van de door het college ingeschakelde taxateur beter onderbouwd waren en dat het vermogen boven de vermogensgrens lag.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.