ECLI:NL:CRVB:2020:1262

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 juni 2020
Publicatiedatum
17 juni 2020
Zaaknummer
18/1575 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Op 16 december 2019 nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in bij brief van 16 januari 2020 en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV geen bezwaar had tegen een veroordeling in de proceskosten en besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de kosten.

De Raad beoordeelde dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase had vergoed en veroordeelde het UWV nu tot vergoeding van de kosten die appellant in beroep en hoger beroep redelijkerwijs had moeten maken. De kosten werden begroot op €1.050,- voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep, totaal €1.575,-. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.

De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen op 17 juni 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.575,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 juni 2020
18/1575 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 februari 2018, 16/1418 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. O. Labordus hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 16 december 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 16 januari 2020 heeft mr. Labordus namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bij brief van 31 maart 2020 meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen een veroordeling in de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 16 december 2019 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase, moet de Raad nog slechts oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 525,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.575,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2020.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) J.A. Achterberg
IvR