Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
2 december 2019. Het hogerberoepschrift is op 5 december 2019 digitaal ontvangen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €128,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen. Daarnaast is het hogerberoepschrift te laat ingediend; het was pas op 5 december 2019 ontvangen, terwijl de termijn eindigde op 2 december 2019.
De Raad heeft appellante verzocht om een verklaring voor de termijnoverschrijding, maar hierop is niet gereageerd. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat appellante in verzuim is geweest. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier J.A. Achterberg, en is op 17 juni 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.