Uitspraak
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college heeft bij besluit van 23 mei 2019 het bezwaar van appellante gegrond verklaard en haar zeven uur per week hulp in de huishouding toegekend, inclusief vergoeding van in bezwaar gemaakte kosten.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om het college te veroordelen in de proceskosten die zij redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep.
Het college heeft geen verweerschrift ingediend en gaf aan het niet onredelijk te vinden om in de proceskosten veroordeeld te worden. De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van appellante gehonoreerd.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college tot betaling van €1.050,- aan proceskosten, bestaande uit €525,- voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzitter W.J.A.M. van Brussel en griffier E. Blijleven-de Vries op 17 juni 2020.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €1.050,- aan proceskosten aan appellante.