ECLI:NL:CRVB:2020:1294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet-gemeld woningbezit in Marokko
Appellant en zijn overleden echtgenote ontvingen sinds 2004 een AIO-aanvulling. Tijdens een onderzoek in 2011 bleek dat appellant mogelijk eigenaar was van een woning in Marokko die niet was geregistreerd in het kadaster. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) liet dit onderzoeken via de Nederlandse ambassade in Rabat, die bevestigde dat appellant sinds 1989 eigenaar was van de woning, die deels werd verhuurd.
De Svb trok daarom de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde de ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwist appellant het eigenaarschap en stelde dat hij de woning huurt. Hij overlegde verklaringen van familie en een verhuurder, maar kon geen concrete bewijsstukken zoals huurovereenkomsten of betaalbewijzen tonen.
De Raad oordeelde dat de verklaringen onvoldoende waren om het eigenaarschap te betwisten. De verklaring van appellant dat hij geen woning bezit, werd niet geloofd omdat de woning niet geregistreerd staat en de verklaring niet onderbouwd was. Ook leeftijd en geheugenklachten van appellant veranderden niets aan het oordeel. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wegens het niet melden van het woningbezit in Marokko.