ECLI:NL:CRVB:2020:1296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AIO-aanvulling met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante diende een aanvraag in voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) na het overlijden van haar partner. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar een alleenstaandenpensioen toe per 1 september 2016 en verleende later een AIO-aanvulling met ingang van 1 februari 2018, waarbij een eerdere aanvraag buiten behandeling werd gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van de Svb ongegrond, omdat geen bijzondere omstandigheden waren die rechtvaardigen dat de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht wordt toegekend. Appellante voerde in hoger beroep dezelfde gronden aan, zonder nieuwe argumenten te leveren.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat volgens vaste rechtspraak geen recht bestaat op bijstand over een periode voorafgaand aan de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Het ontbreken van kennis over het recht op AIO-aanvulling en analfabetisme vormen geen bijzondere omstandigheden.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van een AIO-aanvulling met terugwerkende kracht wordt bevestigd.