ECLI:NL:CRVB:2020:1298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €131,00 niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief en aangetekende post. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden, terwijl appellant meerdere malen in de gelegenheid is gesteld deze alsnog in te dienen.
Appellant heeft de termijnen voor betaling van het griffierecht en het aanleveren van beroepsgronden ongebruikt laten verstrijken. Op grond van de beschikbare gegevens kon niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim was. Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 juni 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.