Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:130

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 januari 2020
Publicatiedatum
22 januari 2020
Zaaknummer
19/4320 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2019. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt of het beroepschrift tijdig is ingediend. Volgens de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken, ingaand de dag na de verzending van de aangevallen uitspraak.

De aangevallen uitspraak is op 16 augustus 2019 aan partijen toegezonden. Het beroepschrift van appellante is op 17 oktober 2019 ontvangen, met een poststempel van 11 oktober 2019. Dit betekent dat het beroepschrift niet binnen de zes weken is ter post bezorgd en derhalve niet tijdig is ingediend.

Appellante voerde aan dat zij invalide is en onder medische behandeling staat, maar kon niet aannemelijk maken dat zij gedurende de beroepstermijn niet in staat was om, al dan niet met hulp, een voorlopig beroepschrift in te dienen. Daarom wordt het hoger beroep als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verder onderzoek.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier R.I.S. van Haaren, en uitgesproken op 22 januari 2020.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 januari 2020
19/4320 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2019, 18/7219 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Nador, Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 16 augustus 2019 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 17 oktober 2019 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 11 oktober 2019 ter post bezorgd.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet‑ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 1 november 2019 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellante heeft daarop bij brief van 29 november 2019 geantwoord dat zij invalide is en onder medische behandeling staat.
Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In dat verband wordt overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat appellante onder de door haar aangevoerde omstandigheden gedurende de hoger beroepstermijn niet in staat was, om al dan niet met hulp van derden, een voorlopig hoger beroepschrift in te dienen tegen de aangevallen uitspraak van 15 augustus 2019.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade , in tegenwoordigheid van
R.I.S. van Haaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2020.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) R.I.S. van Haaren
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.