ECLI:NL:CRVB:2020:1301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen een gestelde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is betaling van griffierecht een vereiste voor ontvankelijkheid van het hoger beroep. Daarnaast is vastgesteld dat het beroepschrift niet de gronden van het beroep bevatte, zoals vereist volgens artikel 6:5 en Pro 6:24 Awb.
Gezien het niet voldoen aan de betalingstermijn en het ontbreken van voldoende gronden, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, op 25 juni 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.