ECLI:NL:CRVB:2020:131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening Ziektewetbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om herziening van het besluit van 10 november 2011, waarbij zijn Ziektewetuitkering werd beëindigd. Dit verzoek werd geweigerd omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
In hoger beroep stelde appellant dat er wel nieuwe feiten waren, namelijk de diagnose van een bipolaire stoornis type I, die een ander beeld zou geven van zijn arbeidsmogelijkheden dan de eerder aangenomen depressieve episode in remissie. Ter onderbouwing overlegde hij medische stukken uit 2016 en een huisartsenjournaal.
De Raad oordeelde dat deze medische informatie niet als nieuwe feiten kon worden aangemerkt, omdat deze gebaseerd was op al bekende gegevens en de verzekeringsartsen destijds geen onvolledig beeld hadden. Ook was het verzoek evident onredelijk gelet op de medische situatie in 2011. Het bestreden besluit werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.