ECLI:NL:CRVB:2020:1322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging arbeidsongeschiktheidspercentage WIA-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving een WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 44,42%. Na toegenomen klachten in januari 2016 werd tijdelijk een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld. Na afronding van therapie stelde een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 45,07%, waarna het Uwv de uitkering verlaagde.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen adequaat waren verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De rechtbank volgde het Uwv in het oordeel dat appellant in staat was de geselecteerde functies te vervullen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over onvoldoende verwerking van beperkingen, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en het Uwv, concludeerde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee het hoger beroep werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de arbeidsongeschiktheid naar 45-55% en wijst het hoger beroep af.