ECLI:NL:CRVB:2020:1323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant ontvangt sinds 2003 een WAO-uitkering, die in 2016 werd verhoogd wegens een schouderoperatie. In 2017 vond een herbeoordeling plaats op basis van een medisch rapport van een Duitse orthopedisch chirurg en een verzekeringsarts, gevolgd door een arbeidsdeskundig onderzoek. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 45-55% en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren opgesteld en dat de arbeidskundige onderbouwing de herziening rechtvaardigde. De rechtbank verwierp het standpunt van appellant dat zijn beperkingen waren onderschat, mede omdat de klachtenbeleving niet doorslaggevend is.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en leverde aanvullende medische gegevens aan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep beoordeelde deze gegevens en handhaafde de eerdere conclusies. De Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de herziening van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.