Uitspraak
18 250 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand van oktober 2000 tot mei 2015. Het college beëindigde de bijstand per 17 mei 2015 omdat appellante recht kreeg op een ouderdomspensioen. In juli 2015 meldde de Sociale Verzekeringsbank dat appellante sinds februari 2012 een Pools pensioen ontving. Het college vroeg vervolgens stukken op en bevestigde dit in september 2015.
Het college herzag de bijstand over de periode van februari 2012 tot mei 2015 en vorderde €22.129,85 terug wegens het niet melden van het pensioen, wat een schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 17 PW Pro is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij het pensioen tijdig had gemeld via e-mail en dat het college op de hoogte was van haar aanvraag. De Raad oordeelde dat appellante niet expliciet had gemeld dat het pensioen was toegekend en uitbetaald, en dat het enkel bekend zijn van het aanvraagproces haar niet ontslaat van de meldingsplicht.
Daarom was het college terecht verplicht de bijstand te herzien en terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens geweigerd. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van het Pools pensioen.