ECLI:NL:CRVB:2020:1379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een afwijzende beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb) inzake een AOW-uitkering. Na afwijzing van het bezwaar door de Svb, diende appellant een beroepschrift in bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
In hoger beroep stelde appellant dat het beroepschrift wel tijdig was ingediend en dat het binnen een week na het verstrijken van de termijn was ontvangen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroepschrift uiterlijk op de uiterste datum ter post had moeten worden bezorgd en binnen een week daarna ontvangen moest zijn. De datumstempel op de envelop toonde echter dat het beroepschrift pas na de termijn was afgestempeld en ontvangen.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift tijdig was verzonden, waardoor de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Er was geen aanleiding om af te wijken van deze beslissing op grond van de Awb. De uitspraak van de rechtbank werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.