Uitspraak
19.2471 AW
OVERWEGINGEN
Deskundigheidsbevordering
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de politie als Generalist [functie], verzocht om plaatsing in de hogere functie van Senior [functie], gewaardeerd in salarisschaal 8. De korpschef wees dit verzoek af omdat betrokkene niet in overwegende mate voldeed aan de niveaubepalende elementen van de Senior-functie, met name op het gebied van zaakscoördinatie en deskundigheidsbevordering.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en plaatste hem met terugwerkende kracht in de gevraagde functie. De korpschef ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat betrokkene weliswaar andere werkzaamheden had verricht dan zijn oorspronkelijke functie, maar dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij de kern van de Senior-functie, met name de operationele sturing en zaakscoördinatie, voldoende had uitgevoerd.
De Raad benadrukte dat zaakscoördinatie inhoudt dat de functionaris leiding geeft, individuele werkafspraken maakt en bewaakt, voortgangsgesprekken voert en de leidinggevende informeert over functioneren en beoordeling. Betrokkene had geen medewerkers toegewezen gekregen en voerde deze taken niet uit. Daarom voldeed hij niet aan de criteria uit de Notitie en Aanvulling die gelden voor plaatsing in de Senior-functie.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.