ECLI:NL:CRVB:2020:1390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen na medisch onderzoek
Appellante ontvangt sinds 2005 een Wajong-uitkering vanwege rugproblemen na een auto-ongeval. Met de invoering van de Wajong 2015 werd haar uitkering opnieuw beoordeeld. Het UWV stelde vast dat zij arbeidsvermogen heeft, waardoor haar uitkering per 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd en de methode SMBA als rechtens aanvaardbaar werd beschouwd. Appellante stelde dat haar beperkingen onvoldoende waren erkend en dat zij niet vier uur per dag belastbaar was.
In hoger beroep herhaalde appellante deze bezwaren, maar de Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen een goed beeld hadden van haar medische situatie, inclusief pijnklachten en beperkingen. De vastgestelde belastbaarheid werd niet overschat, en er was geen reden een deskundige in te schakelen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de verlaging van de Wajong-uitkering rechtsgeldig is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de Wajong-uitkering wegens vastgesteld arbeidsvermogen.