ECLI:NL:CRVB:2020:1391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten na een geweldsincident. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht per 3 mei 2013. Zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig, waarbij meerdere medische rapporten en expertise van psychiaters werden betrokken. Appellant stelde in hoger beroep dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat een rapport uit 2012 niet was meegenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage had vastgesteld en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.