ECLI:NL:CRVB:2020:1399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellant vroeg op 27 mei 2016 een Wajong-uitkering aan, welke door het UWV werd geweigerd op grond van arbeidsvermogen. Na een herbeoordeling en bezwaar bleef het UWV bij haar standpunt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door zijn aanvraag als herhaalde aanvraag te behandelen en onvoldoende informatie bij behandelaren op te vragen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de aanvraag inhoudelijk als een eerste aanvraag had beoordeeld en beschikte over uitgebreide medische informatie. Het onderzoek was niet beperkt tot nieuwe feiten of omstandigheden.
De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en verwierp het beroep van appellant. Er was geen aanleiding om aan het oordeel van de verzekeringsarts te twijfelen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen.