ECLI:NL:CRVB:2020:1409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid op grond van WIA door UWV
Appellant, die kampt met tinnitus, slaapapneu, chronische bronchitis en spanningsklachten, heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarin zijn arbeidsongeschiktheid op 66,74% werd vastgesteld. Het UWV baseerde deze vaststelling op verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek, waarbij functies werden geselecteerd die appellant medisch gezien nog kon vervullen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen objectieve medische grondslag was voor volledige arbeidsongeschiktheid vanwege tinnitus. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn klachten en de medische informatie, waaronder een brief waarin hij de impact van tinnitus beschreef.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met alle medische gegevens en beperkingen, waaronder tinnitus en psychische klachten. De Raad benadrukt dat appellant geen medische stukken heeft overgelegd die een hogere mate van beperkingen onderbouwen. De vastgestelde functies zijn medisch geschikt en de mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant op 66,74% terecht heeft vastgesteld.