ECLI:NL:CRVB:2020:1414
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het kader van hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank. De gemachtigde van verzoekster werd op 29 februari 2020 en opnieuw op 15 maart 2020 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €131,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan. De voorzieningenrechter oordeelt op basis van de beschikbare gegevens dat verzoekster in verzuim is geweest met de betaling. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, conform artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter D.S. de Vries, en uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2020.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.