ECLI:NL:CRVB:2020:1416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na gewijzigde beslissing UWV
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een UWV-besluit waarbij haar ziekengeld was stopgezet omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen. Na een deskundigenrapport en heropening van het onderzoek heeft het UWV op 14 januari 2020 haar bezwaar gegrond verklaard en het ziekengeld voortgezet.
Daardoor bestond feitelijk geen geschil meer en werd het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang. Wel werd appellante een vergoeding toegekend voor de wettelijke rente over de nabetaalde uitkeringen.
Appellante had ook aanspraak gemaakt op schadeloosstelling voor belastingschade, maar deze was onvoldoende onderbouwd en werd afgewezen. De Raad constateerde een overschrijding van de redelijke termijn met bijna elf maanden en kende een immateriële schadevergoeding van €1000 toe.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep, en de Staat tot vergoeding van proceskosten verband houdend met het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. Het griffierecht werd ook aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na gewijzigde beslissing UWV; vergoeding wettelijke rente en schade wegens termijnoverschrijding toegewezen.