ECLI:NL:CRVB:2020:1422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens geen toename arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar
Appellant, voormalig tegelzetter/stukadoor, meldde zich ziek met klachten aan nek, knieën en lage rug en ontving aanvankelijk geen WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na een periode van werkloosheid kreeg hij in 2014 een WGA-uitkering toegekend, die in 2015 werd beëindigd wegens herstel. In 2017 meldde appellant zich opnieuw ziek met toegenomen klachten na een verkeersongeval.
Het UWV weigerde een nieuwe WIA-uitkering omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar na de laatste beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen toename van beperkingen was vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en overhandigde medische rapporten ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, de medische situatie niet wezenlijk was verslechterd en dat de eerdere WIA-beoordeling rechtsgeldig was. De Raad bevestigde de afwijzing van de WIA-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar.