ECLI:NL:CRVB:2020:1425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster/medewerkster bediening, meldde zich ziek met rug- en beenklachten na een verkeersongeval. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, met name dat een deskundige benoemd had moeten worden. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende was en dat er geen aanleiding was om de conclusies in twijfel te trekken. De klachten van appellante waren serieus genomen en in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren zowel psychische als fysieke beperkingen opgenomen.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en wees het verzoek om vergoeding van schade af, omdat geen aanleiding bestond voor een andere beoordeling of een deskundigenonderzoek. De uitspraak werd gedaan door T. Dompeling, in aanwezigheid van griffier M. van Moorst.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.