ECLI:NL:CRVB:2020:1429

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2020
Publicatiedatum
8 juli 2020
Zaaknummer
19/3163 AW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79, tweede lid, ARARArt. 94 ARARArt. 98, eerste lid, onder f, ARAR
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling diensttijdgratificatie bij ontslag op eigen verzoek van ambtenaar

Appellant, een ambtenaar, verzocht om uitbetaling van een (proportionele) diensttijdgratificatie na zijn ontslag op eigen verzoek op grond van artikel 94 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). De minister weigerde dit verzoek bij besluit van 6 maart 2018, dat later werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

In hoger beroep stelde appellant primair dat hij recht had op een proportionele diensttijdgratificatie en subsidiair dat de hardheidsclausule toegepast moest worden om hem alsnog een gratificatie toe te kennen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 79, tweede lid, ARAR alleen voorziet in een gratificatie bij ontslag op grond van artikel 98, eerste lid, onder f, en niet bij ontslag op eigen verzoek volgens artikel 94.

De Raad vond geen uitzonderlijke omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen en concludeerde dat er geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. Het beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een diensttijdgratificatie na ontslag op eigen verzoek.

Uitspraak

19.3163 AW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 juni 2019, 18/6566 AW
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister)
Datum uitspraak: 25 juni 2020
Zitting heeft: H. Lagas
Griffier: M. Buur
Appellant is ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. G.W.N.M. van Laarhoven. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.V. Wieling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij besluit van 6 maart 2018, gehandhaafd bij besluit van 16 augustus 2018 (bestreden besluit), heeft de minister het verzoek van appellant tot uitbetaling van een (proportionele) diensttijdgratificatie geweigerd.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellant heeft in hoger beroep primair aangevoerd dat hij in aanmerking komt voor in ieder geval een proportionele diensttijdgratificatie. Subsidiair heeft appellant aangevoerd dat de minister hem op grond van de hardheidsclausule een proportionele gratificatie had moeten toekennen.
Artikel 79, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), zoals dat luidde ten tijde hier van belang, bepaalt dat de ambtenaar aan wie ontslag is verleend op grond van artikel 98, eerste lid, onder f, van het ARAR in aanmerking kan komen voor een (proportionele) diensttijdgratificatie. Nu appellant op eigen verzoek op grond van artikel 94 van Pro het ARAR ontslag is verleend komt hij niet in aanmerking voor een (proportionele) diensttijdgratificatie.
Het beroep van appellant op de hardheidsclausule wordt verworpen, omdat in het ARAR juist is voorzien in de situatie dat de ambtenaar niet in aanmerking komt voor een (proportionele) diensttijdgratificatie in geval van een eervol ontslag op eigen verzoek. Van uitzonderlijke omstandigheden aan de kant van appellant is de Raad niet gebleken. Aldus kan niet worden gezegd, dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Buur (getekend) H. Lagas