ECLI:NL:CRVB:2020:1430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken dienstverband en onvoldoende bewijs PTSS
Appellant, een voormalig dienstplichtig militair die in 1983 deelnam aan de UNIFIL-missie in Libanon, verzocht in 2015 om toekenning van een militair invaliditeitspensioen wegens psychische klachten die zouden zijn ontstaan tijdens zijn uitzending.
De staatssecretaris van Defensie wees dit verzoek af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant leed aan een ziekte of gebrek dat verband hield met zijn militaire dienst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing.
De Raad baseerde zich op rapportages van verzekeringsartsen en een onafhankelijke psychiater die concludeerden dat hoewel de klachten van appellant passen binnen een PTSS, deze diagnose niet overtuigend was. De klachten werden eerder toegeschreven aan een persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast bleek uit informatie van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie dat de door appellant genoemde traumatische gebeurtenissen niet aannemelijk waren.
Het verzoek van appellant om benoeming van een onafhankelijk deskundige werd afgewezen. De Raad zag geen aanleiding om te twijfelen aan de conclusie dat appellant op de peildatum niet leed aan een psychische aandoening met dienstverband. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van een psychische aandoening met dienstverband.