ECLI:NL:CRVB:2020:1448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering op deugdelijk medische en arbeidskundige gronden bevestigd
Appellant was laatstelijk voltijds werkzaam als [naam functie] en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze na een eerstejaars beoordeling omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Zowel de medische als arbeidskundige rapportages ondersteunden deze conclusie.
Appellant stelde beroep in tegen het besluit, waarbij aanvullende medische informatie werd overgelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige beoordeelden opnieuw de belastbaarheid en verdiencapaciteit, waarbij werd vastgesteld dat appellant 83,73% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit op een deugdelijke grondslag berustte.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte zijn beroepsgronden had verworpen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het bestreden besluit een deugdelijke medische en arbeidskundige basis heeft en dat de rechtbank de beroepsgronden terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.