ECLI:NL:CRVB:2020:1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Verzoekster heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft vastgesteld dat het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks herhaalde aanmaningen per brief. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden, terwijl verzoekster ook hiervoor meerdere malen in de gelegenheid is gesteld dit te herstellen.
De Raad heeft op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat het niet tijdig betalen van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek om herziening. Verzoekster heeft de gestelde termijnen ongebruikt laten verstrijken, waardoor er geen reden was om het verzoek alsnog inhoudelijk te behandelen.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M. Schoneveld, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2020.
Uitkomst: Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden.