ECLI:NL:CRVB:2020:1460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op WAO-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV terug te komen op een besluit van 13 februari 2001 waarin een WAO-uitkering werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig en volledig was geweest.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was en dat er wel degelijk twijfels bestonden over de medische onderbouwing en belastbaarheid per 13 november 2000. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en concludeerde dat het UWV terecht had geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening van het besluit.
De medische informatie die appellant aanvoerde bood geen aanknopingspunten voor een toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na het oorspronkelijke besluit. Ook was er geen reden om het besluit evident onredelijk te achten. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herziening van het WAO-besluit bevestigd.