ECLI:NL:CRVB:2020:1476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toeslagaanvulling tot sociaal minimum op grond van Toeslagenwet
Appellant, die sinds april 2012 ziekgemeld is en vanaf april 2014 een IVA-uitkering ontvangt wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft in november 2017 een toeslag op grond van de Toeslagenwet aangevraagd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende een toeslag toe van €5,07 bruto per dag, exclusief vakantiegeld, gebaseerd op het verschil tussen zijn dagloon en zijn WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, met verwijzing naar de wettelijke bepalingen in de Toeslagenwet die bepalen dat de toeslag niet hoger mag zijn dan het verschil tussen het dagloon en de loondervingsuitkering indien het dagloon lager is dan 70% van het minimumloon. Appellant stelde in hoger beroep dat de toeslag aangevuld moet worden tot het sociaal minimum vanwege een onevenredige hardheid, maar dit werd als een herhaling van eerdere bezwaren beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat een aanvulling tot het wettelijk minimumloon geen steun vindt in wet of jurisprudentie. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de toeslagaanvulling tot het sociaal minimum wordt niet toegekend.