ECLI:NL:CRVB:2020:1489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met dyslexie en heupklachten
Appellant, werkzaam als servicemonteur, viel uit wegens hartklachten en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. In 2016 besloot het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen voldoende waren meegenomen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn ernstige dyslexie en heupklachten onvoldoende waren meegewogen. Hij overlegde bewijs van een laag opleidingsniveau en analfabetisme, wat de geschiktheid voor geselecteerde functies betwistte. De Raad oordeelde dat deze beperkingen niet in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren verwerkt en dat de arbeidsdeskundige onvoldoende rekening hield met de taal- en leesproblemen.
De Raad concludeerde dat het UWV ten onrechte de uitkering had beëindigd en vernietigde het bestreden besluit en de eerdere uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.