ECLI:NL:CRVB:2020:1497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich in 2010 ziek met hartklachten en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2016 en daaropvolgend medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant per 6 december 2017 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij het UWV het bezwaar deels honoreerde maar uiteindelijk per 23 mei 2018 de uitkering definitief beëindigde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld.
In hoger beroep betwist appellant de juistheid van de beperkingen en de geschiktheid van de geselecteerde functies, verwijzend naar longproblemen en medisch bewijs. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV, benadrukt de gedegen medische onderbouwing, en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 23 mei 2018 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.