ECLI:NL:CRVB:2020:1500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens te late indiening tegen afwijzing financiële tegemoetkoming verhuizing
Appellant vroeg op 28 maart 2018 een financiële tegemoetkoming voor meerkosten van verhuizing aan. Op 2 juli 2018 bracht het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB) een medisch advies uit, waartegen appellant op 9 juli 2018 bezwaar wilde maken. Het IAB wees appellant erop dat bezwaar tegen het advies zelf niet mogelijk was, maar wel tegen het daaropvolgende besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Het college wees de aanvraag op 18 juli 2018 af. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar deed dit pas op 15 augustus 2018, wat na de wettelijke termijn was. Het college verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het advies van het IAB als besluit mocht worden beschouwd en zijn brief van 9 juli 2018 als een prematuur bezwaarschrift. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant niet redelijkerwijs kon menen dat het besluit van het college al was genomen op 9 juli 2018 en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 juli 2018 is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.