ECLI:NL:CRVB:2020:1502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden Nederland. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht te worden betaald, hetgeen overeenkomstig artikel 8:108 Awb Pro ook geldt voor hoger beroep. Appellant is bij brief van 24 december 2019 en bij aangetekende brief van 24 januari 2020 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €128,- en de betalingstermijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude op 16 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.