ECLI:NL:CRVB:2020:1520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens niet gemelde verhuizing buiten gemeente
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een adres in Rotterdam. Na melding dat hij niet langer in een kraakpand woonde, gaf appellant een nieuw adres door en leverde bewijsstukken aan, waaronder een bruikleenovereenkomst en een verhuisbevestiging van PostNL.
Het college stelde een onderzoek in en besloot de bijstand met ingang van 28 maart 2017 in te trekken en de kosten terug te vorderen. Na bezwaar werd dit besluit aangepast tot intrekking per 4 april 2017 en terugvordering over die periode.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij pas op 28 juni 2017 was verhuisd, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet tijdig te melden dat hij buiten de gemeente was gaan wonen, waardoor de bijstand onterecht werd verstrekt.
Appellant stelde dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen, maar dit werd verworpen omdat hij geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen aannemelijk had gemaakt. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens niet tijdig melden van verhuizing buiten de gemeente.