ECLI:NL:CRVB:2020:1534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor contra-expertise in WIA-procedure
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de Participatiewet voor de kosten van een contra-expertise in het kader van een WIA-uitkeringsprocedure. Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout wees de aanvraag af omdat deze kosten niet noodzakelijk zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat het beginsel van equality of arms vereist dat hij over een medische contra-expertise moet kunnen beschikken om het advies van de verzekeringsarts te kunnen betwisten. Hij verwees naar het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten noodzakelijk zijn en dat uit eerdere rechtspraak volgt dat het niet verplicht is om over deskundig tegenadvies te beschikken.
De Raad benadrukte dat het aan de rechter in de WIA-procedure is om eventuele onevenwichtigheid in de bewijspositie weg te nemen. Het inschakelen van een contra-expert is een eigen afweging van appellant, waarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand wordt verleend. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten van een contra-expertise wordt afgewezen omdat de noodzaak niet is aangetoond.