Uitspraak
18.5314 PW
4 oktober 2018, 18/189 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf 1 oktober 2016 bijstand op grond van de Participatiewet (PW). Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân heeft bij besluit van 19 oktober 2017, gehandhaafd bij besluit van 28 december 2017, een bedrag van €721,- teruggevorderd dat zij als belastingteruggave over 2016 ontving. De terugvordering betrof de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2016.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de terugvordering onjuist was berekend omdat de belastingteruggave ten onrechte volledig aan de periode van bijstandverlening werd toegerekend en niet naar rato van de maanden van bijstand.
De Raad oordeelde dat de terugvordering terecht was omdat appellante in 2016 alleen bijstand ontving en geen ander inkomen had. De belastingteruggave betrof uitsluitend de algemene heffingskorting en kon daarom volledig worden toegerekend aan de bijstand over de genoemde periode. De terugvordering als naderhand verkregen middelen was daarmee gegrond.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De terugvordering van de belastingteruggave als naderhand verkregen middelen bij bijstand wordt bevestigd.