ECLI:NL:CRVB:2020:1552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke maatregel wegens plichtsverzuim ambtenaar niet in stand na vervallen tenlastelegging
De korpschef van politie legde betrokkene op 16 maart 2017 een disciplinaire straf van voorwaardelijk strafontslag op wegens ernstig plichtsverzuim, gebaseerd op een tenlastelegging die onder meer handelen in strijd met de ambtsinstructie omvatte.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuwe beslissing op bezwaar, omdat het belangrijkste deel van de tenlastelegging – het handelen in strijd met de ambtsinstructie – was komen te vervallen. Hierdoor kon de opgelegde straf geen stand houden.
De korpschef nam vervolgens een nieuwe beslissing waarbij een lichtere disciplinaire maatregel werd opgelegd, namelijk een gedeeltelijke inhouding van het salaris met een proeftijd van twee jaar. Betrokkene stemde hiermee in.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep van de korpschef tegen de vernietiging van het oorspronkelijke besluit niet slaagt, omdat de gedragingen weliswaar hetzelfde zijn gebleven, maar in een ander licht staan zonder de ambtsinstructie als verwijt. De Raad veroordeelde de korpschef tot betaling van de proceskosten van betrokkene en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De opgelegde disciplinaire maatregel kan niet in stand blijven na het vervallen van het belangrijkste deel van de tenlastelegging.