ECLI:NL:CRVB:2020:1556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging aanvullende werkloosheidsuitkering op grond van NRGA
Appellant, voormalig ambtenaar bij de gemeente Amsterdam, verzocht om een verhoging van zijn aanvullende werkloosheidsuitkering op grond van artikel 30a.10 van de Nieuwe Rechtspositieregeling Gemeente Amsterdam (NRGA). Hij stelde dat de grondslag voor de uitkering was gestegen boven het drempelbedrag van € 4.375,- en dat hem daarom een hogere uitkering toekwam.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek feitelijk een herhaalde aanvraag betrof zonder nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad bevestigde dat de grondslag voor de uitkering eenmalig wordt vastgesteld over de twaalf maanden voorafgaand aan de re-integratiefase en dat indexering na ontslagdatum niet aan de orde is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd eveneens afgewezen.
De Raad concludeerde dat het college het besluit van 3 februari 2016, waarin de grondslag was vastgesteld, terecht had gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2019 werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verhoging van de aanvullende uitkering wordt bevestigd.