Uitspraak
19.3200 WAO
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, woonachtig in Marokko sinds 1991, heeft meerdere keren verzocht om een WAO-uitkering toe te kennen. Het UWV heeft zijn aanvraag van 2010 buiten behandeling gelaten vanwege het niet tijdig reageren op verzoeken om aanvullende informatie. Latere verzoeken om terug te komen op dit besluit zijn eveneens afgewezen en in rechte komen vast te staan.
In 2018 heeft appellant opnieuw een verzoek ingediend, waarop het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde omdat appellant geen gronden voor zijn bezwaar had ingediend binnen de gestelde termijn, ondanks een expliciete waarschuwing. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond vanwege het ontbreken van gronden.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij ziek was en niet kon werken, maar de Raad vond geen objectief medisch bewijs dat hem verhinderde de gronden tijdig in te dienen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende bezwaarschriftgronden.