ECLI:NL:CRVB:2020:1577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als pedagogisch medewerker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit, stellende dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen bewijsnood was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en overhandigde zij aanvullende medische verslagen en een rapport in het kader van de Participatiewet. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Raad bevestigde dat appellante medisch geschikt is voor de functies waarop de schatting is gebaseerd en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.