ECLI:NL:CRVB:2020:158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 36,58% door UWV
Appellant was werkzaam als machine-operator en meldde zich ziek met fysieke en mentale klachten. Het UWV kende hem aanvankelijk een WGA-uitkering toe op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling stelde een verzekeringsarts vast dat appellant belastbaar was met beperkingen neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV berekende een arbeidsongeschiktheidspercentage van 36,58% op basis van geselecteerde functies.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat het rapport van de verzekeringsarts onzorgvuldig was en zijn beperkingen werden onderschat. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, die het rapport bevestigde. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, maar zonder nieuwe medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig was opgesteld, met een uitgebreide medische beoordeling en motivatie. Er was geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de deskundige. Ook het UWV had voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant terecht heeft vastgesteld op 36,58%.