ECLI:NL:CRVB:2020:1582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkeringen na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met nek-, rug-, arm- en psychische klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe, maar stelde later vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd. Na een tweede ziekmelding en toekenning van een nieuwe Ziektewetuitkering, werd appellante per 12 maart 2018 arbeidsgeschikt verklaard.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen de besluiten van het UWV ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en de beperkingen juist waren ingeschat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld en verzocht om benoeming van een deskundige, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en vond geen aanleiding om de beoordelingen van het UWV te betwijfelen. Ook het verschil in beoordeling van arbeidsongeschiktheid tussen januari en maart 2018 werd voldoende gemotiveerd door het UWV. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkeringen bevestigd.