ECLI:NL:CRVB:2020:1588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ondanks betwisting herstel
Appellante was sinds 1992 werkzaam bij de gemeente Den Haag en viel in 2012 wegens ziekte uit. Na een arbeidsdeskundig onderzoek in 2016 bleek haar eigen werk niet passend en werd een tweesporenbeleid ingezet. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 30,82% en wees haar WIA-uitkering af. Het college verleende haar op grond van artikel 8:5 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag (ARG) ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid per 7 april 2018.
Appellante voerde in haar zienswijze en bezwaar aan dat zij geen knieklachten meer had en haar werkzaamheden kon verrichten, maar onderbouwde dit niet met medische stukken en meldde zich niet hersteld. De bezwaarcommissie adviseerde het bezwaar gegrond te verklaren vanwege onvoldoende onderzoek, maar het college wees het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het college niet bevoegd was haar te ontslaan omdat zij was hersteld. De Raad oordeelde dat het college het UWV-oordeel en de claimbeoordeling correct had betrokken en dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat zij arbeidsongeschikt was. De Raad bevestigde het ontslagbesluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.