ECLI:NL:CRVB:2020:1610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met rugklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling achtte een verzekeringsarts hem belastbaar met beperkingen, en het UWV beëindigde de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusies van de verzekeringsartsen juist. De stelling van appellant dat hij niet meer dan tien minuten kon lopen, werd niet onderbouwd met een verklaring van de behandelend neuroloog.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen en dat er geen aanleiding is om het medisch standpunt te betwijfelen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.