Uitspraak
18.1439 WIA
OVERWEGINGEN
.De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat hierdoor de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid niet wijzigt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig monteur, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheidspercentage van 29,01% vast en weigerde de uitkering. Appellant betwistte dit en stelde volledig arbeidsongeschikt te zijn, onderbouwd met een rapport van een onafhankelijke bedrijfsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat de psychische problematiek adequaat was betrokken in de beoordeling. Uit rapporten van psychologen bleek bovendien dat de psychische klachten waren afgenomen door behandeling.
De Raad concludeerde dat er geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische beoordeling en dat benoeming van een onafhankelijke deskundige niet nodig is. Ook is voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld.