ECLI:NL:CRVB:2020:1614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV beëindigde haar recht op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met andere functies. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij geschikt was voor bepaalde functies, waaronder productiemedewerker.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met haar lichamelijke klachten, waaronder een hernia, en psychische klachten. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen voldoende had meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de hernia al bekend was en dat het medisch onderzoek uitgebreid was geweest. De conclusie dat de functie van productiemedewerker binnen haar belastbaarheid past, werd bevestigd.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.