ECLI:NL:CRVB:2020:1615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkeringsbesluit ondanks betwisting toegenomen psychische klachten
Appellante was laatstelijk werkzaam als callcentermedewerkster en meldde zich in 2009 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV kende haar een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 55,58%. Na een melding van toegenomen klachten in 2015 werd haar arbeidsongeschiktheid opnieuw vastgesteld op 55 tot 65%, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen en geschikte functies beoordeelden.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat haar psychische klachten waren toegenomen en dat zij niet zelfstandig kon reizen, wat volgens haar niet adequaat was meegenomen. Zij overlegde medische rapporten van haar psychiater en psycholoog ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de medische beoordeling zorgvuldig had gedaan en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf om de vastgestelde beperkingen en de mate van arbeidsongeschiktheid te herzien. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren en dat het hoger beroep ongegrond was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit van het UWV en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.