ECLI:NL:CRVB:2020:1630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toename beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellante heeft zich ziek gemeld met psychische en later rugklachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en er geen toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak was binnen vijf jaar na de eerdere beoordeling.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat de reumatoïde artritis een andere ziekteoorzaak is dan de eerdere klachten en dat de medische stukken onvoldoende bewijs bieden voor een toename van beperkingen ten gevolge van de rugklachten.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte weinig waarde hechtte aan medische rapporten die een toename van beperkingen suggereren, maar de Raad oordeelt dat de medische stukken en het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende onderbouwing bieden voor het ontbreken van een toename.
De Raad bevestigt dat geen sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.