Uitspraak
18.3110 PW
OVERWEGINGEN
“Wij hebben de intentie om u in dienst te nemen zodra je ons de C rijbewijs kunt overleggen.”
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van het behalen van een vrachtautorijbewijs C. Ter onderbouwing overhandigde hij een intentieverklaring van een werkgever waarin werd vermeld dat hij in dienst genomen zou worden zodra hij het rijbewijs kon overleggen.
Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat de kosten niet tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden gerekend en appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het behalen van het rijbewijs noodzakelijk was. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de intentieverklaring wel degelijk een toezegging van werk bevatte, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze verklaring geen concrete toezegging inhield. De brief vermeldde geen looptijd van de intentie en geen zekerheid dat appellant direct aan de slag kon na het behalen van het rijbewijs. Daarom werd bevestigd dat geen sprake was van noodzakelijke kosten.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor het behalen van een rijbewijs C wordt bevestigd wegens ontbreken van noodzakelijke kosten.