ECLI:NL:CRVB:2020:1640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag bedrijfskrediet wegens onvoldoende levensvatbaarheid onderneming
Appellant, die sinds 2015 bijstand ontvangt, vroeg op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) bijstand aan voor bedrijfskapitaal om een groente- en fruitbedrijf te starten. Het college Maastricht wees de aanvraag af op basis van een advies van Motivity, dat concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar zou zijn.
Motivity beoordeelde onder meer de financiële situatie, ondernemerscapaciteiten, gezondheid en marktpositie van appellant en stelde dat de omzetverwachtingen niet realistisch waren. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond, omdat appellant onvoldoende onderbouwing bood tegen het advies.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder dat het advies onzorgvuldig was en zijn ondernemingsplan deskundig was opgesteld. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde die het oordeel van de rechtbank konden veranderen en bevestigde het bestreden besluit.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende levensvatbaarheid van het bedrijf.